Deze website is voor het grootste deel in het Engels geschreven, als belangrijkste taal binnen de wetenschappelijk gemeenschap. Dit deel is in het Nederlands, en is speciaal bedoeld voor patiënten.

Bij veel hart-vaatziektes is sprake van een verhoogde stollingsactiviteit. Voorbeelden hiervan zijn boezemfibrilleren, een hartrtimestoornis waarbij het hart onregelmatig slaat en er sneller stolsels ontstaan in het hart. Een ander bekend voorbeeld is veneuze trombose, zoals diepe veneuze trombose (trombosebeen) of een longembolie. Maar ook bij patiënten die een TIA of een beroerte doormaken kan een verhoogde stollingsactiviteit een rol spelen. Als een verhoogde stollingsactiviteit een rol speelt, worden meestal bloedverdunners voorgeschreven zoals acenocoumarol (recent zijn ook nieuwere middelen ontdekt, zoals dabigatran of rivaroxaban). Hiermee kan de verhoogde stollingsactiviteit worden afgeremd. Bloedverdunners worden soms tijdelijk, en vaak ook voor langere tijd voorgeschreven (afhankelijk van de onderliggende oorzaak).

Belangrijk nadeel van bloedverdunners is dat deze het risico op een bloeding vergroten, soms met ernstige of zelfs dodelijke gevolgen (als bijvoorbeeld de bloeding in het hoofd ontstaat). Het is daarom voor artsen altijd een lastige afweging bij wie je deze medicijnen wel geeft, en bij wie niet. De huisarts speelt daarbij vaak een centrale rol in, maar overlegt er uiteraard ook over met ter zake deskundige specialisten. 

Mijn onderzoek richt zich erop om huisartsen meer kennis te geven over antistolling en bloedverdunners, zodat beter en sneller bepaald kan worden wanneer bloedverdunners gestart moeten worden en voor hoe lang ze dan voorgeschreven moeten worden. Ik ontwikkel daarom, samen met mijn collega's, zogenaamde beslisregels. Deze beslisregels combineren we dan vaak met bloedtesten. Met die combinatie kan de dokter dan met zijn/haar patiënt besluiten of bloedverdunners nodig zijn. Ik gebruik deze methode dus vooral bij aandoeningen waarbij de keuze om wel/niet een bloedverdunner te starten gemaakt moet worden, maar pas het ook toe bij andere klachten die de huisarts regelmatig 'tegenkomt' op het spreekuur. Een voorbeeld hiervan is klachten van benauwdheid, of niet goed meer vooruit komen door 'te weinig lucht/adem'. Deze klacht komt vaak voor, vooral bij oudere patiënten. Voor de huisarts kan het dan lastig zijn om de juiste oorzaak te vinden, zeker omdat vaak meerdere oorzaken tegelijk aanwezig (kunnen) zijn.

Ik stel het zeer op prijs als u uw eigen ervaringen bij bovenstaande ziektes met mij zou willen delen. Zo kunnen we dit bij toekomstig onderzoek mee nemen. U kunt mij gerust hierover mailen op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .